Droge worst, metworsten en boerenmetworsten

Metworst of boerenmetworst is een harde gekruide worst gemaakt van stukjes varkensvlees en varkensvet. Al onze worsten worden bereid met vakmanschap, kwaliteitsvlees en eigen specifieke regionale kruidenmengsels.


Metworst wordt traditioneel gegeten bij stamppotgerechten als zuurkool en boerenkool, soms in combinatie met een rookworst. Metworst is in trek geraakt als snack, zoals de Groninger metworst (met veel kruidnagel) of de mildere Friese metworst. In Drenthe en Twente bestaat een hardere variant die in Drenthe ook wel kosterworst wordt genoemd.

Groninger, Friese en Drentse worsten

Droge worsten worden in Nederland voornamelijk in de Noordelijke kuststreken (Groningen, Friesland, maar ook in Drenthe en Overijssel) gemaakt, omdat daar de luchtvochtigheid geschikt is voor het drogen. Over het algemeen is er wel een duidelijk onderscheid te maken tussen Friese, Groningse en Drentse droge worst.

De Groningse en Friese droge worst zijn aanzienlijk minder gedroogd dan de Drentse droge (ook wel harde) worst. Waar de Groningse worst meer kruidnagel bevat, is de Drentse wat vetter. De in netjes, of los verkochte Drentse worst is landelijk nog niet zo algemeen verkrijgbaar in supermarkten als zijn soortgenoten. De Friese droge worst is vaak gerookt.

Het verschil tussen Droge worst & metworst

Droge worst hoort ook tot de categorie metworst. Deze wordt gemaakt van ‘met(t)’, de stukjes vlees die overblijven bij het in stukken verdelen van een varken. In plaats van met wordt tegenwoordig ook wel schouderstuk gebruikt voor het maken van droge worsten. Als omhulsel voor het gehakte vlees dient een gepekelde varkensdarm.

Droge worsten worden gedroogd door deze op te hangen of te roken boven een vuur van houtsnippers of turf. Dat laatste gebeurt vooral met de Friese ‘droege woarst’. Naast de manier van drogen, zijn er ook regionale verschillen in de wijze van kruiden. Wat de Groninger droge worst onderscheidt van andere varianten, is het uitbundig gebruik van kruidnagel.